Kan voeding het verschil maken? Wat weten we anno nu?
Sandra Beijer
Maastricht UMC+, RD, PhD
Verlies van spiermassa en spierkracht komen frequent voor bij mensen met kanker en zijn geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven, een lagere zelfredzaamheid, meer toxiciteit van de behandeling en een ongunstigere prognose. Voedingsinterventies vormen daarom een essentieel onderdeel van de ondersteunende oncologische zorg. Actuele richtlijnen adviseren vroege screening op ondervoeding en sarcopenie, gevolgd door een individueel voedingsbeleid gericht op voldoende energie- en eiwitinname. Maar wat is voldoende eiwitinname en lukt het patiënten deze hoge eiwitaanbeveling te halen? Zijn eiwitsupplementen echt noodzakelijk en welke moet ik dan adviseren?
Naast eiwit krijgen ook andere voedingsstoffen aandacht vanwege hun potentiële effect op spiermassa en spierkracht. Wat is er in de wetenschappelijke literatuur bekend over omega-3-vetzuren, leucine en andere essentiële aminozuren en wat is de rol van vitamine D.
Hoewel voedingsinterventies bijdragen aan het behoud van de voedingsstatus en lichaamsgewicht, blijkt het effect op spiermassa alleen vaak beperkt. De grootste winst voor spiergezondheid wordt gezien bij een multimodale aanpak waarin voeding wordt gecombineerd met fysieke training, met name krachttraining.
In deze lezing wordt niet alleen de huidige wetenschappelijke evidentie besproken, maar is er ook aandacht voor populaire voedingshypes en hardnekkige voedingsmythes binnen de oncologie. Wat moeten we denken van veelbesproken interventies en andere populaire voedingsadviezen die patiënten online tegenkomen? Aan de hand van de beschikbare wetenschappelijke literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen feiten, fictie en veelbelovende ontwikkelingen.
Deze presentatie biedt een actueel overzicht van de evidentie en biedt praktische handvatten voor zorgprofessionals die verlies van spiermassa en kracht willen beperken bij mensen met kanker.
